tip a friend print pagina
Wajong: Oud vs. Nieuw

Voorwaarden: 

Je moet…

·          In Nederland wonen
·          Door ziekte of handicap op jonge leeftijd minder kunnen verdienen of niet kunnen werken
·          Langer dan 52 weken aaneengesloten ziek zijn
·          Niet jonger dan 18 en niet ouder dan 65 jaar zijn

Er is verschil tussen of je vóór 1 januari 2010 je Wajong hebt ontvangen (oude situatie) of dat je je Wajong aan vraagt ná 1 januari 2010 (nieuwe situatie).

Wajong vóór 1 januari 2010
Als je voor 1 januari 2010 een Wajong hebt ontvangen geldt dat als je recht hebt op een Jonggehandicapten-uitkering, dat blijft gelden tot je 65e. Wel wordt regelmatig beoordeeld of je recht hebt op voortzetting van de uitkering. 

Het UWV kijkt voor de hoogte van je uitkering naar wat je zelf nog kunt verdienen en wat je zou verdienen als je niet arbeidsongeschikt was geworden. Welk bedrag je precies krijgt, wordt bepaald door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige van het UWV. Zij bepalen voor hoeveel procent je arbeidsongeschikt bent. De hoogte van jouw uitkering is dus afhankelijk van jouw mogelijkheden om nog te kunnen werken.

Wajong ná 1 januari 2010
Als je na 1 januari 2010 een Wajong aanvraagt wordt je gekeurd, maar dit is nog niet je definitieve keuring! Tot je 27e vinden tussentijdse beoordelingen plaats; op je 27e krijg je dan je definitieve keuring. Als je daarna idd een Wajong blijft houden, geldt dat je tot je er tot je 65e recht op hebt. 

Voor je Wajong uitkering geldt dat voor de hoogte van je uitkering onderscheid wordt gemaakt tussen:

1)      Je kunt nog wel werken
2)      Je bent student
3)      Je kunt nu nog niet werken, maar later wel
4)      Je kunt helemaal niet werken

Je uitkering wordt vastgesteld op basis van het loon dat je met werken verdiend. De maximale hoogte van een Wajong uitkering is 75% van het Wettelijk Minimum Loon.

Participatieplan
Als je onder groep 1, 2 of 3 valt (zoals hierboven uitgelegd) maak je samen met het UWV een plan over wat de beste manier is om (in de toekomst) aan het werk te gaan: het participatieplan. Wat er in precies in het participatieplan is voor iedereen anders.  

Wat er in ieder geval in komt te staan is: 

·          welke mogelijkheden je hebt (nu of in de toekomst) om te werken
·          welk werk je zou willen doen
·          welk werk je zou kunnen doen
·          welke begeleiding je nodig hebt bij studie of werk
·          welke hulpmiddelen je nodig hebt
·          afspraken over hoe jij en het UWV dit plan samen gaan realiseren

Uiteindelijk zetten jij en het UWV allebei jullie handtekening onder het plan en moeten jullie je allebei houden aan de afspraken die jullie samen maken.

Het kan zijn dat je ouders, begeleider of mentor van school betrokken word bij het opstellen van je plan. Wil je extra ondersteuning bij het maken van je participatieplan of bij gesprekken met het UWV? Als je lid bent van CNV Jongeren kun je gebruikmaken van een vertrouwenspersoon van het CNV die je hierbij helpt.

OUD vs. NIEUW

 

Naam?

 

 

Oude Wajong                                   

Wet Arbeidsongeschiktheidsvoorziening Jonggehandicapten

Nieuwe Wajong

Wet Werk en Arbeidsondersteuning Jonggehandicapten

Uitkering of werk?

 

Oude Wajong

De focus ligt op het regelen van je Wajong-uitkering. Je kunt wel hulp krijgen bij het vinden van een baan.

Nieuwe Wajong

De focus ligt op werk: werk vinden en behouden. Als je kunt werken, krijg je een participatieplan. Ook krijg je inkomensondersteuning zolang je nog geen werk hebt.

Beoordeling en herbeoordeling

 

 

Oude Wajong

Als je een uitkering aanvraagt word je gekeurd om je arbeidsongeschiktheidspercentage vast te stellen. Je krijgt een herbeoordeling als dat nodig is; als je gezondheid verbetert of verslechtert.

Nieuwe Wajong

Als je een uitkering aanvraagt word je gekeurd, maar dit is niet defintief! Tot je 27e vinden tussentijdse beoordelingen plaats; dan krijg je een definitieve keuring. Je krijgt daarna alleen een herbeoordeling als daar een duidelijke reden voor is.

Hoogte van je uitkering

 

Oude Wajong

Om de hoogte van de uitkering te berekenen, kijkt UWV wat je zelf nog kunt verdienen en wat je zou verdienen als je niet arbeidsongechikt was geworden. Met deze informatie bepalen je verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige je arbeidsongeschiktheidsklasse en uitkeringspercentage.

Nieuwe Wajong

UWV maakt onderscheid tussen:

1.      Je kunt nog wel werken

2.      Je bent student

3.      Je kunt nu nog niet werken, maar later wel

4.      Je kunt helemaal niet werken

 

Je uitkering wordt vastgesteld op basis van het loon dat je met werken verdient.